Observatie van een levend wezen: algemene structuur

Toegepaste kerngedachten

1.5. De leerlingen kunnen bij organismen kenmerken aangeven die illustreren dat ze aangepast zijn aan hun omgeving;

1.3 De leerlingen kunnen in een beperkte verzameling van organismen en gangbare materialen gelijkenissen en verschillen ontdekken en op basis van minstens één criterium een eigen ordening aanbrengen en verantwoorden;

1.9.De leerlingen kunnen de functie van de zintuigen, het skelet en de spieren op een eenvoudige wijze verwoorden;


ID: block_614894dfdb8ab

Lesverloop

Groeperingsvorm

  • Klassikaal (1 grote observatiekring)
  • Groepjes (meerdere observatiekringen)
  • Individueel

Begeleiding (bij alle groeperingsvormen)

  • Via een onderwijsleergesprek
  • Via een werkblad met observatievragen (veel vragen!)

Leer en laat denken

Verloop volgens de onderzoekscyclus

  • Op het niveau van de les (bv. Hoe is het konijn aangepast aan het leven in de duinen?)
  • Op het niveau van elk aspect van de bouw dat we bespreken (bv. Wat is het voordeel van de grote, draaibare oren bij het konijn?). In fase 4 doen we dus telkens opnieuw kleine onderzoekscyclussen.

FASE 1: Introductie

  • Voorkennis activeren (DAT- en CAT-taal).
  • Interesse opwekken. Vragen oproepen.
  • Afspraken maken.

FASE 2: Verkenning

  • Laat kinderen met alle zintuigen waarnemen.
  • Laat ze hun vragen noteren.

FASE 3: Onderzoek opzetten (met focus op onderzoeksvaardigheden)

  • Formuleer met hen onderzoeksvragen en noteer deze (bv. Wat is het voordeel van de grote oren bij een konijn? Hoe is de cactus aangepast aan het leven in de woestijn?).
  • Laat kinderen veronderstellingen formuleren.
  • Eventueel kan met kinderen nagedacht worden, hoe we dit kunnen onderzoeken.

FASE 4: Onderzoek uitvoeren

  • Aandacht voor de onderzoeksvaardigheden en eerlijk onderzoek.
  • Veel vragen om tot onderzoek te komen (opbouw zie volgende box).

FASE 5: Concluderen

  • Leer kinderen conclusies trekken
  • Eerst in duo’s (interactie) daarna klassikaal (taalsteun)
  • Vergeet de vastzetting niet.

FASE 6: Presenteren

  • Mogelijkheid tot zinvolle integratie met taal.
  • Trainen vaardigheid.

FASE 7: Verbreden verdiepen

  • Moeilijk in de werkelijkheid waarneembare aspecten zoals voortplanting.

ID: block_6148969080612

Bouw-functie-levenswijze

FASE 4: detail

Per kenmerk doorlopen we heel snel de onderzoekscyclus (telkens onderzoeksvraag en hypothese). Vervolgens gaan we op zoek naar de functie.

STAP 1: gericht waarnemen met alle zintuigen

  • Richt de blik, leer ze waarnemen. Bv. de vruchten van een esdoorn zijn gevleugeld en licht, de oorschelpen van een konijn zijn groot en draaibaar, de bloemhoofdjes van de grote klit hebben weerhaakjes.

STAP 2: Benoem wat je waarneemt

  • Taalaanbod CAT-taal
  • Gebruik hogere begrippen (bv. zoogdier, bolgewas,…)

STAP 3: Komt tot inzicht bouw-functie-levenswijze

  • Zoek samen met de kinderen andere levende wezens die dit kenmerk ook hebben. bv. ook de vruchten van een es of haagbeuk hebben een soort vleugel en zijn licht; ook hazen en reeën hebben dit soort van oorschelpen of ook kleefkruid en hondstong hebben dergelijke weerhaakjes.
  • Zoek voorbeelden van levende wezens die dit kenmerk niet hebben.
    bv. walnoten of eiken hebben een ander type vrucht of de vruchten van bonen, paardenbloemen, klaprozen hebben deze weerhaakjes niet.
  • Onderzoek veronderstellingen over de functie
    • Bv. de vleugel zorgt ervoor dat de vrucht ver van de boom wegvliegt zodat de kans dat het nieuwe plantje groeit op een geschikte plaats groter is. => Smijt  vruchten van een esdoorn met en zonder afgeknipte vleugel op en meet hoever ze vlogen.
    • De beweeglijke, grote oorschelpen hebben als voordeel dat geluiden beter worden opgevangen en dat we weten uit welke richting een geluid komt. Vergroot de eigen oorschelpen door de handpalmen achter de oren te houden en bestudeer het effect.
    • De weerhaakjes zorgen ervoor dat de bloemhoofdjes blijven kleven in de vacht van dieren. Knip de haakjes af en ga met een wollen trui het effect na.
  • Verwoord de relatie tussen de bouw, de functie en de levenswijze in een bepaald milieu. Bv. Op een plaats waar veel zoogdieren voorkomen (dieren met haar) zorgen de haakjes ervoor dat de vruchten blijven kleven in hun vacht. Zo worden de vruchten gemakkelijker verspreid.

 

ID: block_614898c680613

Geef taal

Aandachtpunt

  • Zeg NIET (Larmarckisme)
    • Waarom heeft het konijn zo’n grote oren?’ Hoe komt het dat…
    • Omdat hij beter zou kunnen…Omdat hij moet….
    • Dieren passen zich aan (tenzij het over gedrag gaat)
  • Zeg WEL (Darwinisme)
    • Wat is het voordeel? Wat doet een X met Y…., Wat kan een X door z’n Y?
    • Daardoor kan hij… Dat heeft als voordeel… Daarmee kan hij…
    • Dieren zijn aangepast aan…

ID: block_61489d67ffdac

ID: block_61489e4bb25aa

Er zijn heel wat kinderboeken die vanuit deze focus kijken.

Superslimme dieren‘ en ‘Het raadsel van alles van alles wat leeft’ van Jean-Paul Schutten

‘Basisboek Science’ van Melanie Waldron

 


ID: block_61489e7cb25ae

Raadsel

Welk voordeel hebben afsluitbare neusgaten bij de kameel?

Los het raadsel opMeer raadsels